Het wezenpensioen bedraagt per kind 14 procent van het bereikbaar ouderdomspensioen. Volle wezen (indien beide ouders zijn overleden) ontvangen het dubbele.
Het gezamenlijke bedrag dat wordt uitgekeerd aan partnerpensioen en wezenpensioen kan nooit hoger zijn dan de pensioengrondslag. In voorkomende gevallen wordt het beschikbare geld voor de kinderen naar evenredigheid verminderd.