Ouderdomspensioen en prepensioen
In deze pensioenregeling bouwt u een ouderdomspensioen op als aanvulling op de wettelijke AOW vanaf 65-jarige leeftijd. [Zie ook vraag 1]
Daarnaast bouwt u een prepensioen op zodat u met pensioen kunt vóór u 65 bent. U ontvangt dan een maandelijkse uitkering vanaf de prepensioendatum tot u 65 wordt. De richtleeftijd [Zie ook vraag 4] hangt af van uw geboortejaar en is uiterlijk 62 jaar. Eerder of later dan deze richtleeftijd met pensioen kan natuurlijk ook. [Zie ook vraag 1 en 2 van 'keuzemogelijkheden'].
Pensioen voor uw nabestaanden
Als u vóór 1 januari 1998 al deelnemer aan het pensioenfonds was, heeft u over uw deelnemersjaren tot die datum recht op partner- en wezenpensioen opgebouwd. Dit verzekert uw partner en kinderen van een bepaald inkomen als u onverhoopt overlijdt. Dit geldt ook bij overlijden na uw pensionering.
Voor de deelnemersjaren na 1 januari 1998 is het partner- en wezenpensioen in principe alleen verzekerd als u als deelnemer overlijdt terwijl u nog niet met pensioen bent. Ook als u, aansluitend aan uw dienstverband, met prepensioen bent gegaan is uw partnerpensioen nog verzekerd.
Inkomen bij arbeidsongeschiktheid
Mocht u vóór 2004 arbeidsongeschikt zijn geraakt, dan geeft de pensioenregeling een aanvulling op de WAO-uitkering, de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering. Per 29 december 2005 is een nieuwe arbeidsongeschiktheidswetgeving van toepassing(Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA)). Eventuele nieuwe aanvullingsregelingen worden door werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers uitgewerkt.
Flexibiliteit
De pensioenregeling biedt u diverse keuzemogelijkheden. Daarmee kunt u uw pensioen afstemmen op uw persoonlijke situatie en wensen. [Zie vraag 1 t/m 4 van 'keuzemogelijkheden']