|
Partnerpensioen omruilen voor hoger ouderdomspensioen
Indien u reeds deelnemer was vóór 1 januari 1998 en u tijdens uw deelnemerschap een partner had, dan is er een partnerpensioen voor u opgebouwd over de deelnemersjaren tot deze datum. Maar misschien heeft uw partner een eigen pensioen en heeft u geen behoefte aan een partnerpensioen. Dan kunt u op uw pensioendatum afstand doen van het partnerpensioen dat u tot 1 januari 1998 heeft opgebouwd. In ruil daarvoor krijgt u een 10 procent hoger ouderdomspensioen. Deze verhoging geldt alleen voor het bedrag aan ouderdomspensioen dat u heeft opgebouwd voor 1 januari 1998. Als u 65 jaar wordt, kunt u eenmalig kiezen om het partnerpensioen om te zetten in een hoger ouderdomspensioen. Deze keuze moet u schriftelijk vastleggen. Heeft u een partner en wilt u toch uw partnerpensioen omzetten in een hoger ouderdomspensioen, dan moet uw partner hiermee schriftelijk instemmen. Deze maatregel geldt dus alleen voor de deelnemers, die op 1 januari 1998 een partner hadden.
Voorbeeld 16.1 Francien gaat met pensioen. Zij heeft een aantal deelnemersjaren van vóór 1 januari 1998. Haar ouderdomspensioen bedraagt € 12.000, waarvan € 10.000 betrekking heeft op deelnemerstijd tot 1 januari 1998. Hoe hoog wordt het ouderdomspensioen als Francien afstand doet van het partnerpensioen?
Voorbeeld 16.2 Marianne uit voorbeeld 5.1 gaat op 1 januari 2003 met pensioen. Hoe hoog worden het ouderdomspensioen en het partnerpensioen als Marianne niet voor partnerpensioenopbouw na 1 januari 1998 kiest?
Het ouderdomspensioen verandert niet en het partnerpensioen verandert niet.
Ouderdomspensioen gedeeltelijk ruilen voor partnerpensioen Over de deelnemersjaren vanaf 1 januari 1998 ontvangt uw partner alleen partnerpensioen als u overlijdt tijdens het dienstverband (of tijdens prepensioen). Het kan ook zijn dat u overlijdt als slaper (dat wil zeggen dat u geen pensioenpremie betaalt, bijvoorbeeld omdat u bij een andere werkgever in dienst bent) of als gepensioneerde. In dat geval ontvangt uw partner over de deelnemersjaren na 1 januari 1998 geen partnerpensioen. Misschien wilt u er toch voor zorgen dat uw partner ook over deze jaren een partnerpensioen krijgt. U kunt dan op 65-jarige leeftijd een deel van het ouderdomspensioen dat is opgebouwd na 1 januari 1998 omzetten in een recht op partnerpensioen. Kiest u hiervoor, dan wordt ook een recht op wezenpensioen vastgesteld.
Het gevolg van de keuze om een deel van het ouderdomspensioen om te zetten in een aanspraak op partner- en wezenpensioen is dat het ouderdomspensioen dat is opgebouwd vanaf 1 januari 1998 wordt verlaagd met 12,5%.
Voorbeeld 16.3 Mia gaat na 25 jaar deelnemersjaren op 1 januari 2008 met pensioen. Haar ouderdomspensioen bedraagt € 10.000 waarvan € 6.000 is opgebouwd voor 1 januari 1998 en € 4.000 na deze datum. Het partnerpensioen dat zij heeft opgebouwd in de deelnemersjaren van vóór 1 januari 1998 bedraagt € 4.300.
Als Mia voor partnerpensioenopbouw na 1 januari 1998 kiest, ziet haar situatie er zo uit:
Mia's ouderdomspensioen dan: € 6.000 + € 4.000 – 12,5% x € 4.000 = € 9.500
Mia's partnerpensioen wordt dan: 70% x € 9.500 = € 6.650 In de grafiek ziet u wat er bij Mia gebeurt als zij gebruik maakt van ruil van het ouderdomspensioen voor extra partnerpensioen. |