Voor deelnemersjaren vóór 1 januari 1998 bedraagt het partnerpensioen 5/7 van het ouderdomspensioen dat u over die jaren heeft opgebouwd.
Na 1 januari 1998 is de regeling veranderd. Vanaf die datum ontvangen partners van werknemers die tijdens het dienstverband overlijden 70 procent van het te bereiken ouderdomspensioen. In dit partnerpensioen is het bedrag al inbegrepen van het partnerpensioen dat u vóór 1 januari 1998 heeft opgebouwd. Uw partner krijgt dit partnerpensioen tot hij of zij 65 jaar wordt. Tot die datum ontvangt uw partner bovendien een toeslag ter grootte van de enkelvoudige AOW voor gehuwden. Is uw partner 65 jaar geworden, dan daalt het partnerpensioen met het bedrag van de enkelvoudige AOW-uitkering. Uw partner ontvangt immers dan zelf een AOW-uitkering van de overheid.
Voorbeeld 9.1
Lisa overlijdt terwijl zij nog in dienst is. Op dat moment heeft zij een te bereiken ouderdomspensioen van € 25.000. Hoe hoog wordt het partnerpensioen voor Lisa's partner Guus?
70% x te bereiken ouderdomspensioen + enkelvoudige AOW-gehuwden = partnerpensioen tot 65 jaar
Totdat Guus 65 jaar is, zal hij dus ontvangen:
70% x € 25.000 + € 8.311 = € 25.811
70% x te bereiken ouderdomspensioen = partnerpensioen vanaf 65 jaar
Als Guus eenmaal 65 jaar is, dan wordt het partnerpensioen:
70% x € 25.000 = € 17.500 Na zijn 65e ontvangt hij een AOW uitkering van de overheid.
Voorbeeld 9.2
Jaap is buiten de bibliotheekbranche gaan werken, maar heeft voorheen in het pensioenfonds 35 deelnemersjaren opgebouwd, waarvan 30 voor 1 januari 1998. Dan overlijdt hij. Zijn ouderdomspensioen bedraagt € 5.000, waarvan € 4000 opgebouwd voor 1 januari 1998. Hoe hoog wordt het partnerpensioen voor Jaaps partner Robin?
Ouderdomspensioen op basis deelnemersjaren voor 1 januari 1998 x 5/7 = partnerpensioen tot het overlijden van de partner
Robin ontvangt dus levenslang:
€ 4.000 x 5/7 = € 2.857
Na haar 65e ontvangt zij een AOW uitkering van de overheid.